woensdag 23 juli 2008

De honderd singles

Vanaf november zal er gedurende tien weken een gedeelte van mijn leven te volgen zijn op de publieke omroep. Dan start NCRV's nieuwe programma 'De Honderd Singles' met Caroline Tensen als presentatrice en Tuvalu als uitvoerend producent.

Het programma draait om het leven van honderd vrijgezelle mannen en vrouwen. Camera's leggen hun dagelijkse belevenissen vast. De hoofdtoon van het programma is liefde. Beter gezegd de opbouw naar liefde en de eerste fase van de liefde: elkaar leren kennen.

Na een auditie van twee selectierondes ben ik dus één van die honderd singles die meedoen aan het programma. Zoals de lezer weet is liefde een belangrijk thema in mijn schrijfproducten. Ik verdiep mij al geruime tijd in dit onderwerp door het lezen van boeken, het noteren en analyseren van persoonlijke ervaringen, gesprekken te voeren, maar vooral alle stappen tot liefde te onderzoeken. Er zijn naar voorzover mij bekend twaalf verschillende soorten liefde. Mijn interessegebied beperkt zich tot de volgende vier: de naastenliefde (charitas), liefde voor familieleden (storge), liefde voor vrienden (philia) en de seksuele ofwel romantische liefde (eros).

Vanaf vandaag ben ik dus het lijdend voorwerp van de romantische liefde. Ook nog eens voor de nationale televisie. Een uitdaging, hilarisch, instensief maar vooral grensverleggend. De komende maanden zal ik gevolgd worden tijdens 1 op 1 dates, gebeurtenissen en evenementen voor singles of andere activiteiten die kenmerkend zijn voor een single.

Op 31 augustus zal ik samen met alle andere deelnemers van 'De Honderd Singles' samenkomen in een studio. Deze dag zullen er opnames worden gemaakt en leer ik de medesingles kennen. Verder zal ik binnenkort een weblog krijgen op de NCRV website, die speciaal voor het programma is gemaakt. Dit is bedoeld voor alle meelevende, en vooral nieuwsgierige tv-kijkers. Op mijn eigen weblog hou ik iedereen op de hoogte van alle nieuwe ontwikkelingen rondom dit televisieprogramma. Dus: hou kaalofkammen in de gaten!         

Dirk

dinsdag 22 juli 2008

Doping voor de Nederlandse Strijdkrachten

Op 12 augustus 2008 zal ons een leger een injectienaald in haar gespierde nek geprikt krijgen. Vergelijk het met een bofprik. De academie voor veiligheidsstrijders zal een mix van de vloeistof humor en een sterk staaltje staal toegediend krijgen. Vanaf deze zomerdag namelijk, stapt mijn goede vriend Edward de landmacht in. Een gevatte geest, mijn criticaster maar bovenal trouwe lezer van mijn op papier gezette hersenspinsels.

Hij heeft een lange weg afgelegd. Geen heugelijke weg maar een met bobbels en keien.

Het begon bijna een jaar geleden met een droom. Ed wilde strijder worden. Zijn land dienen in onzekere tijden van terreur, polygamie en boerka’s. De droom werd een passie. Een passie die zich al vanaf zijn kinderjaren in zijn onderbewustzijn heeft afgespeeld maar plots vorig jaar ontsproot. Ontspruiten is niet het goede woord, het is meer dan dat. Het werd een levenswijze. Alles stond het afgelopen jaar in dienst van het bereiken van een gewaardeerde rang in het Nederlandse Leger.

Als vriend van Edward merkte ik veranderingen. Zo nam zijn alcoholgebruik af tot aan de grens van het ongezonde, liep hij rond met blessures en verwondingen opgelopen tijdens fanatieke vechtsportduels, sliep hij in een vast ritme, bleef ongebonden in de liefde, stopte met roken en hield hij zich aan een keihard koolhydratendieet.

Een dik jaar trainen. Atletiek, fitness, kickboksen, voetbal. Ik ben er van werkelijk overtuigd dat er met zijn verzameling zweetdruppels een nieuwe Tigris zou kunnen worden gevuld. In ieder geval genoeg om de droogte in Afrika op te lossen. Hij heeft zichzelf gedrild met een toewijding die zeldzaam is voor jongvolwassenen van zijn leeftijd.

Na een vergeefse sollicitatieprocedure bij de Marechaussee kwam Ed tot het besef dat zijn plafond hoger lag, dat hij te bescheiden was. De stap naar de Landmacht werd gewaagd. 12 augustus zal hij het maagdelijk groen aantrekken. Het uniform dat de vrouwen dol maakt als een rode lap voor een stier. Het uniform dat de respectknobbel van mannen laat tintelen. Het uniform van gezag, evenwicht en kracht.

Is hij er klaar voor? Klaar voor de harde mentaliteit, de ontberingen, het rollenspel, survivaltochten door de gletsjers van Padjelanta? Persoonlijk denk ik dat hij dat al een aantal maanden is. Die laatste maanden heeft hij zichzelf tot in de finesse kunnen perfectioneren.

Hij zal intern gaan vanaf 12 augustus. Dit betekent dat wij, zijn vrienden hem weinig zullen zien. Wat te denken van buitenlandse missies? Als hij bijvoorbeeld in 2010 zal afreizen naar Afghanistan om het  anti-hoofddoekenbeleid van Geert Wilders uit te voeren.

Dan zullen we hem helemaal weinig zien. Maar we steunen hem. Ik in het bijzonder. Wilskracht is de beste eigenschap van een mens. Ik ken niemand bij wie deze eigenschap zo sterk ontwikkeld is zoals dat bij Edward het geval is. 

Via dit podium wil ik hem alle sterkte, doorzettingsvermogen en wijsheid wensen voor de komende jaren. Make us proud!

maandag 30 juni 2008

Abstinentiesyndroom

Schat, mijn grootste droom.

Al was je niet zo stevig en loom,

dan had ik mezelf niet hoeven houden in de toom

en mezelf en jou besmeerd met slagroom

ja, overgeven aan die wilde liefdesstroom

in volle passie zonder schroom

en in diepe hartstocht met je koôm.

Maar ach, hiervoor ben ik te vroom..

Ik ben tenslotte maar gewoon,

een overwegend rechtschapen autonoom.

woensdag 23 januari 2008

Vlucht zonder vleugels

Een donkere nawinter dag. De moeizame overgang van winter naar lente lijkt trager te gaan dan voorheen. De bomen, symmetrisch opgesteld  langs weerzijden van Rue de l’Ecuyer bevestigen de treurigheid die zich over deze stad meester lijkt te hebben gemaakt. Kaal en gedwee wiegen de jongste takken mee met de gure aprilwind. Verlangend naar de gezelligheid van groene blaadjes en het kietelen van een zonnestraal kijken ze neer op de grof geasfalteerde weg.

Daar in de schemering van een grauwe donderdagmiddag fietst een man van middelbare leeftijd. Diep gebogen over zijn stuur snelt hij in hoog tempo de smalle straat door. Zijn trappen op de pedalen zijn vastberaden en met zoveel krachtsinspanning dat het pareltjes zweet op zijn voorhoofd tovert. Op de plek waar een linkerwenkbrauw hoort te zitten glijdt het zoute vocht richting zijn oog. De wimpers strijden dapper tegen het zoutwater, als bodyguards tegen opdringerige paparazzifotografen. Toch waait een windhoos een gemene druppel lichaamsvocht het linkeroog in. Zout prikkelt het hoornvlies, oogzenuwen reageren onmiddelijk door beide oogleden te sluiten en het zout zet zich om in tranen.

In die anderhalve seconde zonder zicht op de weg voor zich botst Gaspard Campus frontaal op een geparkeerde Peugeot 206. Het voorwiel blijft met een harde klap vastzitten tussen bumper en asfalt waardoor Gaspard wordt gelanceerd, zijn eerste en langste vlucht zonder vleugels. Zijn vierkante lichaam schiet verticaal de lucht in, de rechterwenkbrauw opgetrokken alsof het de onvermijdelijke klap wil breken. Zijn tweeduizend minuscuul zwarte haartjes opgewassen tegen de confrontatie met het spijkerharde asfalt? Even ziet Gaspard het imposante St. Michel opdoemen, honderd meter verderop aan het einde van de straat. De oude kathedraal kijkt hem droevig aan. Werkmannen in de steigers boren met zwaar geschut gaten in haar stugge stenen. Bevend aanschouwt ze het schouwspel voor haar.

Alles beeft ook in het hoofd van Gaspard Campus als hij boven de auto hangt. De wind rukt zijn vrolijk gekleurde sjaal los en onthuld een banaanvormige wijnvlek rond zijn hals. Onder hem is daar het donkergroene autodak met exact in het midden een steeds groter wordende koperkleurige plek roest. Nee, dit kan geen corrosie zijn. Roest oxideert niet in een paar seconden maar breidt zich uit met de jaren, net als een streng reformatorisch gezin. Nee, dit is zijn ouderlijk huis midden in het uitgestrekte Luxemburgse Gutland. De waterdruppels op de motorkap zijn de schapen van vader die zich met zijn karakteristieke trage pas voortbeweegt over het groene land. Terwijl hij zijn ene hand laat rusten op de zelfgemaakte wandelstok fluit hij de twee bordercollies toe de schapen bijeen te drijven. Ze vliegen als de wind door het hoge gras, luid blaffend op de schapen af. Moeder staat op de veranda toe te kijken vanuit het hoger gelegen houten huisje. Ze roept iets terwijl ze haar handen in een kom gevouwen tegen haar wangen houdt om haar boodschap meer volume te geven. Maar Gaspard kan het niet verstaan.

Onderaan de glazige heuvel liggen twee ruitenwissers te wachten totdat iemand de sleutel in het contact omdraait en ze de talrijke aprilbuien van de voorruit mogen wissen. Het zijn de zwarte Filippijnse vechtstokken van Marie. Mooie Marie. Lieve Marie. Hoe vaker ze tijdens hun vele echtelijke ruzies de latex wapens gebruikte om hem te straffen als hij hun geld weer uitgaf aan onwaarschijnlijk nutteloze dingen des te meer hij van haar ging houden.

De bumper, vanuit zijn oogpunt een grote zwarte balk onderaan de auto. De balk waarmee hij een half uur geleden de kluis van de Artesia Bank in Brussel probeerde open te breken. Was het geldnood, een daad van waanzin, bewijsdrang voor Marie en de kerels van café LopLop, die hem een slappe zak noemden? Gaspard weet het niet. Een grote donkere beveiligingskerel, type Mike Holyfield kwam op het kabaal af en kreeg hem in de gaten. Hij, Gaspard Campus moest vluchten. Vluchten voor zijn waardigheid, zijn moeder en vader, zijn Marie. Had hij maar vleugels want de atletisch gebouwde bewaker kwam bij iedere stap dichterbij. Toen, zomaar uit het niets en als een wonder struikelde de martinitoren over loszittend klittenband van zijn Nike’s, bereikte Gaspard de uitgang en sprong op zijn fiets. Hier hangt hij nu, inmiddels boven het asfalt. Aan de positie waar hij nu in vliegt zal hij op zijn toch al kromme neus belanden en vervolgens zijn nek breken. Hoe lang zal ik dan nog leven? 

zaterdag 12 januari 2008

Geschapen om liefde te geven en te ontvangen

Hij is hier, omdat er uiteindelijk geen ontsnappingsmogelijkheid meer bestaat van onszelf.
Zolang een mens zichzelf niet in de ogen en harten van zijn medemensen ontmoeten kan is hij op de vlucht.
Zolang hij niet toelaat, dat zijn medemensen mee deel kunnen hebben aan zijn diepste wezen bestaat er voor hem geen geborgenheid.
Zolang hij bang is, dat mensen hem kunnen doorzien kan hij noch zichzelf noch een ander erkennen, hij zal alleen zijn.
Waar kunnen we een betere spiegel vinden dan bij onze medemensen?
Bij Hem kan een mens zijn waarheid terugvinden en zich niet meer als reus van zijn dromen of dwerg van zijn angsten zien maar als mens, die als deel van een totaal, voor hun aller welzijn, zijn bijdrage levert.
In zo'n Ondergrond kunnen wij onze wortels laten groeien en onszelf ontwikkelen.
Niet meer alleen zoals in de dood maar levend, als mens onder mensen!

donderdag 13 december 2007

Dialoog tussen seksen

“ Hoi, Ik heet Paula” komt het opgewekt uit de mond van het gedrocht tegenover mij. Met mijn handen zet ik me tegen de tafel af waardoor mijn stoel op twee poten komt te staan. “Dat lijkt me logisch” mompel ik zacht en cynisch maar toch verstaanbaar. Ik wip twee keer op en neer en vervolg op een wat luidere toon “Je naam staat duidelijk zichtbaar op je naambordje.” Paula giechelt wat en ik hoor mijzelf denken aan de overeenkomsten tussen deze Paula tegenover mij en Paula de koe van de commercial van het kindertoetje van Dr. Oetker. Die koe heeft een bril op zijn hoofd die hij steeds met een ruk van zijn hoofd op zijn neus doet belanden. Paula’s bril zou dat kunstje vast ook kunnen fantaseer ik. Wat beschaamd en schuldig besef ik deze negatieve gedachte. Waarom heb ik mijn oordeel over mensen zo snel klaar? Laat ik haar een kans geven. Misschien is het wel een leuke meid. Ondertussen heeft geen van ons sindsdien nog een woord uitgebracht en is het al tien seconden stil aan tafel. Zou ze doorgehad hebben dat mijn opmerking cynisch was? Ze schraapt haar keel, zoals alleen mannen dat kunnen en zegt: “Zo, Dirk is het toch?” terwijl ze door haar brillenglazen naar mijn naambordje tuurt. “Vertel me alles over jezelf”. Zonder na te denken antwoord ik geagiteerd: “Dat vind ik een vreselijke vraag. Een rare vraag. Een gecompliceerde vraag. Daar ga ik geen antwoord op geven. Ik bedoel, ik ben twintig. Hoe kan ik in de korte tijd die we hebben de twintig jaar van mijn leven op tafel uitstallen?” Paula kijkt me wat verschrikt aan. De uitval van mij verraste haar overduidelijk. “Kun je geen compactere vraag stellen?” verbreek ik de korte stilte. Haar ogen schieten alle kanten op en ze het lijkt in paniek te zijn. Op haar gezicht verschijnt een geforceerde glimlach. “Okee goed, een andere vraag dus. Heb je eerdere relaties gehad?” Mijn gezicht vertrekt van afgrijzen. “Ben jij wel normaal? Is dit je eerste keer ofzo?” floepte ik er geërgerd uit. “Maar okee, ja ik heb eerdere relaties gehad” herstel ik mijzelf. “Vier als ik goed tel. Waarom wil je dat weten?” Zonder antwoord te geven om mijn vraag vist ze verder. “Vier? Sjonge zeg. Waarom zijn ze allen uit gegaan?” Ik voelde hoe het bloed in mijn nagels omhoog kroop. Mijn hoofd liep langzaam rood aan. “Beheers je”, beet ik mijzelf toe. Mijn handen jeukte naar het verlangen Paula flink door elkaar te schudden en haar toe te schreeuwen. “Doe eens normaal. Heb je geen opvoeding gehad? Je ziet er ongelofelijk onaantrekkelijk uit met je uitgerekte, afgedragen nike trui, dat vette haar vol klitten, je dubbele onderkin met een harige moedervlek dat lijkt op een overreden, doodgebloed roodborstje op een gelatine pudding. Afgezien daarvan stel je ook nog eens onbeschaafde vragen. Je maakt je geslacht ten schande.” Ik wil opstaan, mijn jas pakken. Weg van de ongeciviliseerde 120 kilo tegenover mij dat het geslacht vrouw ten onrechte heeft toebedeeld gekregen, alleen omdat het niets tussen haar benen heeft bungelen. Maar opeens gaat daar de gong. Het schelle geluid dat heel langzaam wegebt neemt mijn agressieve gevoelens met zich mee de stilte in. Net als ik weer tot mezelf gekomen ben en ik Paula met haar dikke wijsvinger in haar neus zie pulken schalt een stem uit de luidsprekers: “Okee, volgende ronde. Mannen blijven zitten, vrouwen schuiven door.”

woensdag 28 november 2007

Op een zonnig balkon in Rio

Gestommel onderaan de trap. Hij schrikt wakker uit een soezende slaap. Een smal streepje zonlicht verblind zijn ogen. Korte pijnstoot. Knipperend met zijn ogen rolt hij iets naar rechts zodat het zonlicht hem niet meer kan vangen. Traptreden piepen en kraken onder een zwaar gewicht. ‘Is buurman Seildo nu al thuis?’ Met zijn linkeroog half open tuurt hij naar de grenenhouten klassieke klok boven de kledingkast. Korte wijzer precies tussen de één en de twee, de lange verticaal. ‘Half twee ‘s middags? Welke dag is het?’ Sleutels rinkelen en seconden later wordt er in de deur naast zijn appartement een sleutel omgedraaid. ‘Het moet vrijdag zijn. Seildo is altijd half twee klaar op vrijdag’. Hij kijkt om zich heen. Het zonlicht wurmt zich door de op een kier staande balkondeuren heen. ‘Vergeten op slot te doen. Stel dat er was ingebroken. Er zijn genoeg straatbendes in deze buurt. Het wordt eens tijd mijn verantwoordelijkheden te nemen.’ Met samengeknepen ogen gaan zijn ogen naar het haakje met zijn kamerjas. ‘Ik kan vier keer rondrollen en dan nog val ik er niet af. Het verhoogde tweepersoonsbed is eigenlijk veel te groot voor mij alleen.’ Gek, nooit had hij gedacht dat hij dat eens zou zeggen. ‘Wegdoen zal ik het nooit, teveel herinneringen.’ Hij rekt zich uit, kucht, proeft de vieze ochtendsmaak in zijn mond en stapt dan uit bed.

Met een glas en een pak sap in zijn ene hand slaat hij met de vrije andere de balkondeuren open. Frisse lucht dringt zijn longen binnen, zon glijdt over zijn gebruinde lijf. Op een balkon van twee bij anderhalf staan een witte stenen tafel en twee stoelen. Op de rechter ligt een kussen. Met een diepe zucht laat hij er zich op neerzakken. Rumoer van verkeer, tikkende stoplichten en stemmen die getuigen van een drukke vrijdagmiddag. De brede winkelstraat in hartje Rio is drukker dan normaal. Kerst staat voor de deur. Iedereen lijkt elkaar een glimlach toe te werpen. Zijn blik glijdt naar een verliefd stelletje bij de stadsfontein. De jongen kietelt haar zachtjes met zijn vingers over haar gezicht. Verderop stapt er een paartje gearmd uit een deftige kostuumwinkel. 

‘Waarom ziet een gebroken hart alleen maar verliefde mensen als hij kapot gaat aan het verlies van zijn grote liefde? Toen alles nog normaal was leken andere paartjes niet te bestaan. Wij waren een onafscheidelijk samen.. ‘Vere’ kreunt hij zacht. Op de witte tafel ligt het pakje Ruba nog van de vorige avond. Hij steekt een sigaret aan, sluit zijn ogen. De eerste trek, wat een heerlijkheid. Het vult de leegte voor even. De leegte die zij achter liet. De leegte die zo slap en slapeloos maakt. ‘Het is nu alweer de derde week dat ik ‘s nachts niet in slaap kan komen. In het donker schieten ideeën en excuses om haar weer te kunnen zien door mijn hoofd als een balletje in een pinbalspel. Telkens nul punten doordat het wegrolt tussen de pinnen door het gaatje in waarna er opnieuw een gedachte wordt gelanceerd met dezelfde bestemming.’

Een vrachtwagenchauffeur toetert driftig naar twee voorbijgangers die nu al een halve minuut in gesprek zijn midden op een zebrapad. Het lijken bekenden van elkaar. Ze groeten en vervolgen hun weg. De kale chauffeur met duidelijk zichtbare uitwas in zijn nek roept luid verwensingen. ‘Eindelijk iemand die zich rot voelt.’ De truck rolt verder het asfalt over. ‘Zovaak heb ik mij moeten beheersen haar niet te bellen, haar met een stortvloed aan liefdesuitingen te bewegen. Het mag niet. Ik zou zwakte tonen, mijn trots verliezen, het gebod niet te bellen overtreden. In uiterste wanhoop heb ik de mobiele telefoon het balkon afgesmeten, de nacht in. De vaste telefoon uit de muur gerukt en er achteraan gegooid.’ Hij trekt nog eens aan zijn sigaret.

Het stelletje bij de fontein lijkt helemaal in elkaar op te gaan. De jongen geeft natte zoenen in haar nek, de lust bij beiden overduidelijk zichtbaar in hun bewegingen. Ze lijken de wereld rondom hen te vergeten. De afkeer is duidelijk zichtbaar door een diepe frons die rimpels produceert boven zijn wenkbrauwen. ‘Waren wij ook zo klef in het openbaar? Dit is toch geen stijl. Er lopen kinderen voorbij. Ken je grenzen’ De licht smeulende peuk drukt hij uit op de brede rand van het balkon. ‘Nu zij weg is lijkt het alsof ze alles mee heeft genomen. De lust van het schrijven is weg. Mijn eetlust ook. De lust om vrienden te bezoeken. Wonderlijk wat een vrouw kan toevoegen en wegnemen in het leven van een man.’ Het pak sap staat nog steeds onaangeroerd op de witte tafel. Met deze hitte zal het binnen een paar uur bedorven zijn. Maar dat is het laatste waar hij zich druk om maakt. ‘Heeft dit einde na verstrijk van jaren kans op een nieuw begin?’

donderdag 4 oktober 2007

Jut Serveert

Kort geleden drukte ik op de zenderknopjes van mijn televisie. Drie uur in de middag, belspelletjes of herhalingen van herhalingen van slappe, slijmerige soaps. Keuze zwaar beperkt. Uiteindelijk plofte de muziekzender TMF op mijn beeldscherm. Ik kijk niet graag naar TMF. De clips zijn aardig om te zien maar de muziekzender heeft de neiging om programma’s te maken. Het zou goed zijn als daar tweede kamervragen over komen.

Ik kwam midden in het programma ‘jut serveert’ terecht. Hier kondigen artiesten van Nederlandse bodem hun top vijf beste muziekclips aan.

In de bloemige studio in Aalsmeer was het dit keer de beurt aan ‘de jeugd van tegenwoordig’ om hun top vijf te onthullen. Ik citeer mijn ogen: drie jonge mannen op een bank, totaal stijf van de drugs en de reinste onzin uitkramend. De middelste die luistert naar de naam ‘vieze fur’ scheen een overdosis te hebben genomen. Hij spartelde met zijn benen, likte het oor van  dikke zwarte willie en riep om de minuut; ‘het paard moet getrimd worden’. Alledrie zaten ze uitgezakt en zonder enige besef van hun presentatorfunctie op een vale bank. Links zat een artiest die zich als zwerver had verkleed. Ongeschoren en in joggingbroek. Fabergé, noemt hij zichzelf. Goed, nu weet ik dat namen die duur klinken niet duur hoeven te zijn. Willie zat naast de trippende vieze Freddie en lag zo onderuitgezakt dat hij duidelijk moeite had om over zijn buik heen te kijken. Continu ging zijn telefoon over die hij iedere keer weer opnam om vervolgens een praatje te maken in het ‘antilliaans’ met zijn muziekvrienden.

De drie hebben veel succes met hun muziek. Ze zeggen rare dingen als: de stofzuiger poetst zijn neus’ of ‘Ik ben dom, lomp en famous, de bitches zitten aan mijn penis’. Onder deze uitspraken zetten ze een beat. Daarna kleden ze zich maf, scheren zich niet en nemen pillen en alcohol. Het geld rolt met grote bakken binnen. TMF, de muziekzender van tieners laat deze vieze gore slapjanussen op een bank zichzelf zijn en vraagt ze clips aan te kondigen. De totaal ongevoelige zwarte ‘willie’ kondigt vervolgens het nummer ‘Nothing compares to U’ aan van Sinead O’Connor. Op plaats twee in de top vijf.. Soms begrijp ik het allemaal niet meer. Die middag om drie uur was zo’n moment.

dinsdag 25 september 2007

Zinloos geweld

Wat hebben wij mannen aangericht. Hoeveel angst veroorzaken wij. Wij zijn het die altijd maar weer oorlog en ellende brengen. Wij roven, moorden en misbruiken. Wij hangen de heerser uit en maken er telkens een chaos van.

In het uitvinden van moord-en folterwerktuigen zijn we altijd erg creatief. Maar onze sterke forten zijn monumenten van overmoed en misplaatstheid. Onze wapens zijn uitingen van vrees en minderwaardigheidsfobieën. Geweld lijkt geen horizon te kennen. Want we weten ons steeds weer andere vijanden te verzinnen. Maar elke vijand is ons eigen spiegelbeeld. Eerlozen zijn we, die zich aan weerlozen vergrijpen.

We zouden er goed aan doen ons te verschuilen, onze mond te houden, het hoofd te buigen en ons te schamen. De vrouwen mogen zich hullen in onschuld. Zij bemiddelen en brengen verzoening tot stand. Laten we de wijsheid in ons ongezonde verstand naar boven doen sijpelen en tot de conclusie komen dat vrede en verdraagzaamheid in een klein hoekje zit. Onfortuinlijk genoeg is de wereld rond en is de frequentie van een vrouwenstem te hoog om door ons gehoord te worden.

vrijdag 31 augustus 2007

Regenval

Blakend van vertrouwen

stap ik de mist in.

Niet wetend wie ik kan vertrouwen

leg ik mijn weg af met tegenzin.

De mist trekt op maar tovert motregen.

Het zicht wordt beter, de omstandigheden slechter.

Zonder na te denken blijf ik mij voortbewegen.

De regen slaat neer in al zijn geweld,

Het maakt mij onbedoeld een vechter.

Strijdend tegen een tornado waar ik toevallig in ben verzeild.

Een sterk verlangen naar mooier weer,

Een kalm briesje en een warme zonnestraal.

Toch de terugkerende regen, keer op keer

Niet dat ik er van baal.

Het maakt mij weerbaar.

Leert mij verdedigen tegen elk gevaar.

Laatste berichten

Laatste reacties

  • peter Toevallig heb ik weinig haar
Mijn foto

Boeken

  • Jan Wolkers: Kort Amerikaans
  • Carmen Bin Ladin: Het Gesloten Koninkrijk
  • Dante Alighieri: De Goddelijke Komedie
  • Edward Bunker: Hoe word ik misdadiger
  • Paulo Coelho: De Alchemist
  • Gabriel Garcia Marquez: Honderd Jaar Eenzaamheid
  • Franz Kafka: De Gedaanteverwisseling
  • Arjan Visser: De laatste dagen
  • Niccoló Ammaniti: Jij bent mijn schat
web-log.nl, powered by TypePad